Voorbeeld Toof Pet verhaal

De Corona Aap

Laten voorlezen? Klik op het logo.

Wat is hier toch aan de hand? Papa Jos werkt thuis en mama Ankie blijft ook meer thuis. Waarom mag jij niet naar basisschool De Hobbendonken? Je mist jouw klasgenootjes. In elk geval Toos. Je mist Juffrouw Loes ook. Je moet nu achter de computer naar school. Dat is lang zo leuk niet. Als mama boodschappen doet, moet ze een lapje over de neus voor de mond doen. Waarom? Dat is toch gek? Normaal op eerste en tweede kerstdag zijn we met veel meer. Nu was het anders, niet normaal. En waarom waren alleen wij bij opa Jetse en oma Jessica op bezoek? Waarom was er zo weinig vuurwerk op oudejaarsavond?

‘Kijk hier eens , Imke,’ zegt mama ‘Volgens mij is dit een hele slimme aap die vast héél veel weet.’

Mama laat op haar telefoon een aap zien. Een aap met een lapje voor de mond. ‘Zet je toverpet op en ga eens lekker aapje spelen.’ zegt ze lachend.

Imke zet de pet op, houdt met duim en wijsvinger de klep vast, kijkt naar de aap op de telefoon en zegt de toverspreuk. ‘Toof opgelet, voor die aap heb ik jou opgezet.’ PATS BOEM! Ineens is Imke een aap.

Imke kan met Toof op haar kop als een aap praten. Imke is nu een aap. Een aap heeft een kop en geen hoofd. ‘Toof, waar zijn we?’ vraagt Imke. ‘We zijn in de Apenheul,’ antwoordt Toof ‘De Apenheul is een dierentuin met wel 300 apen. Heel veel apen mogen hier in het park los rond lopen. Kijk, daar zit die aap waarnaar je keek op de telefoon van mama. De aap draagt een mondkapje.’

Imke loopt naar de aap. ‘Hoi, high five, ik ben Imke. Hoe heet jij?’

‘Hallo, nee, nee, niet te dichtbij komen.’ roept de aap.

‘Ik ben een aap.’ zegt de chimpansee terwijl hij naar Imke zwaait.

‘Ja, dat zie ik, maar hoe heet jij?’

‘Noem mij maar Aap, ik ben de dokter hier. Dokter Aap.’ vertelt Aap.  ‘Weet jij wat Corona is?’

Imke knikt ‘Als je Corona hebt word je ziek.’

Aap lacht en zegt ‘Klopt, ik weet heel veel over virussen.’

‘Wat is virus?’ vraagt Imke. Aap legt uit dat iedereen gemaakt is van hele kleine steentjes. Die steentjes zijn zó klein, dat je ze niet kan zien. Ze noemen die steentjes ook geen steentjes, maar cellen. Een virus cel is een piepkleine gemene cel, die lelijk wil doen. Ze komen via de handen of via natte lucht door jouw neus of jouw mond naar binnen. Ze gaan dan knuffelen met jouw cellen, die dan ook een virus cel worden. ‘Je wordt dan ziek.’ vertelt Aap.

‘Waarom heb jij een lapje voor je mond?’ vraagt Imke. ‘Uhhh, ik heb geen mond, maar een bek. Als ik moet hoesten of niezen gaan er cellen uit mijn mond of mijn neus. Die cellen zie je niet. Daar kunnen ook die gemene cellen tussen zitten, maar dat weet ik niet. Ik wil niet dat ik andere apen ziek maak. Daarom draag ik voor de zekerheid een lapje, een mondkapje.’

‘Maar waarom moeten we nu allemaal ineens een mondkapje?’ vraagt Imke.

‘Omdat dit virus, Corona, geen gewoon virus is. Het is een super, super, super gemeen nieuw virus.’

Aap vertelt dat dit virus veel mensen zo ziek maakt, dat ze naar het ziekenhuis moeten. In bijna alle bedden liggen zieken met het Corona-virus.

‘Waarom moeten ze dan in het ziekenhuis?’ vraagt Imke.

‘Die zieke mensen vinden het moeilijk om adem te halen. Ze worden in het ziekenhuis geholpen om adem te halen.’

Toof vertelt dat de meeste mensen gelukkig thuis in bed beter worden. Sommigen hebben hoofdpijn of spierpijn, moeten hoesten of hebben een snotneus. ‘Ze hebben koorts en zijn verkouden en grieperig.’ zegt Toof.

‘Er zijn hier ook apen die helemaal niet merken dat ze Corona hebben of hebben gehad,’ legt Aap uit.

‘Hoe komt het dat je ziek wordt van een virus?’ vraagt Imke.

‘In jouw bloed zitten witte cellen. Dat zijn speciale soldaten en vuilnismannen die samen een virus wegjagen en opruimen. Als ze samen met te weinig zijn, dan lukt dat niet. Ook kennen jouw cellen het Corona virus nog niet zo goed. Ze weten niet precies wat ze moeten doen.’

‘Is daar niets tegen te doen?’ vraagt Imke.

‘Eerst niet, maar nu wel!’ roept Aap blij. ‘Met een prik wordt een extra leger via de arm in het bloed gespoten. Een leger van heel veel cellen die van een dokter hebben geleerd wat ze moeten doen. Tegen zo’n leger heeft het Corona virus geen kans. Daarom krijgt iedereen een prikje.’

‘Krijg ik ook een prik?’ vraagt Imke.

‘Dat weet ik nog niet, misschien wel. Heb jij wel eens een prikje gehad?’ vraagt Aap.

‘Dat weet ik niet,’ antwoordt Imke ‘Ik denk het niet.’

Aap begint heel hard te lachen. Hij valt achterover van het lachen. ‘Ha, ha, ha. Nou, ik denk van wel. Iedere aap krijgt, niet één maar, een paar prikken. Maar dat weet jij niet meer, ha, ha ha, omdat je daar bijna niets van gemerkt hebt, ha, ha, ha, ha, ha.’

‘Wat moet ik doen, dokter, om zelf niet ziek te worden of anderen niet ziek te maken?’

Aap krabt op zijn hoofd. ‘Tja,’ zegt hij ‘Dat is niet leuk. Je kan, je mag niet meer knuffelen. Je moet vaak je handen wassen. Je moet afstand van elkaar houden: 1,5 meter. Weet je hoever dat is?’

‘Ja,’ antwoordt Imke ‘Dat zijn drie grote stappen’.  Aap knikt.

‘Als iedereen een prik heeft gehad, wordt dan alles weer zoals vroeger?’ vraagt Imke.

Aap denkt van wel als iedereen luistert en iedereen een prik gaat halen.

‘Aap, bedankt voor jouw uitleg. Je ziet, ik heb een pet op. Toof Pet de Toverpet. Helaas kan Toof het Corona-virus niet wegtoveren. Als ik de pet af doe, dan tover ik mij hier weg. Dan ben ik weer thuis bij papa en mama. Ik wens jou een gelukkig en gezond nieuw jaar.’

‘Jammer, dat je weggaat. Ik vond het erg gezellig om te kletsen met jou. Doe iedereen de groeten en wens iedereen een gezond 2021 van mij. Tot ziens.’

‘Daaaag Aap, tot ziens in de Apenheul.’

Imke doet Toof af. PATS BOEM! Imke is ineens weer thuis.  Zij is geen aap meer, maar nu een nog slimmer meisje. Ze weet nu meer over virussen.

Voorbeeld artikel in Brabants Centrum (pagina 2).